Quelinda

Ontgroend

Charlotte Dorren

Ik aai over zijn bol naar de huidplooi in zijn nek. Ik geloof niet dat ik Paul ooit zo bruin heb gezien. Vandaag, precies een jaar geleden zijn we vertrokken. Zuidelijker dan Cadzand waren we met de boot niet geweest en kijk ons nu eens. Er staan bijna 7000 zeemijlen op het log. Dat is ruim 13000 kilometer met wind over water.

 

Sinds we op reis zijn, zijn we altijd buiten. En dat is een heerlijkheid. Vanochtend zijn we vroeg aan de wandel gegaan op Terre-de-Haut. Het meest oostelijke eiland van Les Saintes, onderdeel van de Guadeloupe archipel. Het doet denken aan Vlieland maar dan met een tropisch tintje. Het is er charmant, met krommende straatjes vol winkeltjes, barretjes en eilandkunst. De ankerbaai is gevuld met catamarans en vissersbootjes. Monohulls zoals wij zijn in de minderheid.

Quelinda´s anker haakt stevig in een zanderige grasbodem die verderop overgaat in een steile rotswand, rifjes en strand. Elke dag zwem ik erheen en kijk ik in stilte naar het koraal en de anemonen. Ik begin de plek te kennen, weet waar de grote zwarte maanvis met gele strepen zit en schrok vanochtend toen de barracuda, bijna net zo groot als ikzelf, ineens weer naast me zwom. De nieuwsgierige, getande jager had ik al vaker gezien maar nu zo dichtbij dat ik zijn ogen zag meedraaien. Als ik eraan terugdenk hoor ik mijn ademhaling nog haperen door de snorkel.  

 

Gelukzalig gevoel

 

We zijn halverwege de wandeling. Het is warm als altijd. Ik ben blij dat ik even zit en laat de rugzak van mijn schouders glijden om water te pakken. De boomstam met uitzicht over zee, lijkt speciaal voor ons neergelegd. Jammer dat we hier niet kunnen zwemmen. Zo op het oog is er niks bijzonders te zien maar de gerafelde gele vlag en het grote waarschuwingsbord wijzen op gevaarlijke stroming.

‘Wil je ook wat drinken lief?’

‘Lekker! En een mueslireep!’

Er klinkt geritsel. Een kip verschijnt onder de bosjes vandaan en komt polshoogte nemen. Haar piepende kroost drentelt keurig achter haar aan.

‘Zouden ze misschien ook dorst hebben?’

‘Wie weet, probeer het’, zegt Paul zachtjes.

Ik schuif het dopje van mijn drinkfles voorzichtig twee meter bij me vandaan over de stam en vul het met water. Moeder komt aangesneld. Ze keurt en draait haar kont opzij voor haar drie kuikens. Gretig gaan de snaveltjes het water in en worden de kopjes achterover gegooid om het water te laten zakken.

Samen bekijken we het aandoenlijke tafereeltje.  

‘We zijn alweer een jaar onderweg.’ Zeg ik gelukzalig. ‘Wat hebben we nou nog meer nodig op deze reis?’

Grote verwachtingen hadden we niet. We wilden vooral de wereld zien. Wat kunnen we er na één jaar over zeggen? Dat we ontgroend zijn, dat is zeker! Tijd om met de billen bloot te gaan.

 

Ik wilde beter kunnen zeilen, betekenisvol zijn en veel kokkerellen. Wat is daarvan terecht gekomen? Laat ik in de kombuis beginnen. Ik zag het helemaal zitten om er veel tijd door te brengen. Dagelijks yoghurt maken, kiemen kweken, deeg kneden en geurend brood uit de oven halen. Eerlijk is eerlijk, zo gaat het in het echt niet. Vaak vind ik het te warm, te veel werk en er is genoeg aanbod. Is yoghurt te duur of niet beschikbaar? Dan maar even geen yoghurt. Overnight oats of crackers zijn ook lekker. Het enige wat aan boord ooit ontsproten is, zijn aardappelen en het opgestuurde wonderblad uit Suriname wat nu bij mijn zusje in Nederland op de vensterbank staat.

We eten wat er is. Ananas en meloen zijn er in overvloed en mango en kokosnoot komt zo van de boom. Creatief met kool, wortel en pompoen word je vanzelf. Een doosje aardbeien van 15 euro laten we liggen. De tomaat is gepromoveerd tot delicatesse en een krop knapperige sla vaak een droom. Maar gerookte marlijn? Dat wordt normaal op een toastje.

En het leuke is, volgende maand kan onze koelkast en de supermarkt er heel anders uitzien. Boodschappen doen is voor mij een uitje. Vaak wordt gezegd dat ze duur zijn, dat klopt. Ben je flexibel in wat je eet, dan kom je er wel uit. Achteraf had ik niet zoveel proviand in willen slaan. Koel, donker en droog bewaren is namelijk onhaalbaar. Niet alle levensmiddelen blijven goddelijk tot aan de houdbaarheidsdatum en voor je het weet zit het vol gespuis. Natuurlijk had ik de honderden zwarte snuitkevers in het meel en de pasta als extra eiwitten kunnen beschouwen of alles door een zeef kunnen filteren, maar zo’n diehard ben ik niet.

 

Deze reis zou ik alleen niet kunnen maken

 

Deze reis is geen eeuwige vakantie al doet social media dat soms vermoeden. Zeilend de wereld over is een way of life en het gaat niet vanzelf. We zijn partners in crime en collega’s geworden en ontlopen kunnen we elkaar niet, hooguit verzuipen. Paul en ik zijn het afgelopen jaar minstens tien keer gescheiden en even zo vaak weer verliefd geworden.

Paul is nog steeds de schipper. Communicatie aan boord blijft onze grootste uitdaging. Ik had gehoopt dat ik tijdens het zeilen meer het voortouw zou nemen of dat Paul makkelijker controle zou kunnen afgeven, maar blijkbaar is dat niet zoals het tussen ons werkt. Ik ben enorm gegroeid in het zeilen. Een sensitieve zeiler ben ik, maar een veelomvattende zeilreis als deze, zou ik alleen niet kunnen maken. Paul wel en dat blijft een wezenlijk verschil tussen ons. Nou kan ik daartegen vechten of accepteren dat het zo is. Dat laatste heb ik gedaan. Een gepassioneerd zeiler zal ik denk ik nooit worden. Een mastworp blijft soms hogere wiskunde en totale ontspanning tijdens een zeiltocht kan zomaar uitmonden in huilen in de kuip. Mijn ontzag voor de oceaan is groter dan ooit. In Nederland zouden we met windkracht 8 de haven niet uitgekomen zijn. Hier gaan we er soms dwars doorheen. En als ik naar de soms immense oceaandeining kijk? Dan had ik een jaar geleden niet kunnen bedenken dat ik het een prachtig gezicht zou vinden om Quelinda zo over golven te zien glijden en in diepte te zien verdwijnen. Ik had doodsangsten uitgestaan. In zekere zin went het, ongemerkt verleg ik mijn grenzen en daar ben ik trots op.

Iemand vroeg me eens: ‘Ben je een zeiler of een reiziger?’ Ik ben het laatste. Paul trouwens ook. Zeilen is voor ons de manier om de wereld op een unieke manier in vrijheid te ontmoeten.

 

Quelinda, nu drie jaar in ons bezit, wordt steeds comfortabeler. En ik denk, vooral omdat wij dat ook steeds meer zijn. Elke beweging, geluid of geur valt op. Ze is snel, sterk en stabiel en houdt ons altijd bezig. Ook als we niet aan boord zijn. Blijft het weer rustig, zou ze nog wel goed liggen? Laten andere boten haar met rust of is de achtertuin wel te vertrouwen? Bij ons stenen huis hadden we daar veel minder last van.

Het cliché klopt. Aan boord gaat altijd wel iets stuk. Nieuw of dertig jaar oud, dat lijkt niets uit te maken. De generator, de watermaker, de zeilkarren, de bilgepomp, het blik bonen of wijzelf. Onze rug, huid, of geest, alles wordt kwetsbaar door beweging, water, zon en zout. Voorheen klusten we tot in de late uurtjes of het weekend. Nu hebben we alle tijd en ruimte, het hoort erbij.

 

We geven meer geld uit dan gedacht

 

Doen waar ik goed in ben. Voor Paul is dat het onderhoud van Quelinda en het zeilen. Voor mij is dat iets anders. Lang hoefde ik niet na te denken over de vraag van één van mijn vorig werkgevers. Sinds een half jaar ben ik weer aan de slag en werk ik acht tot twaalf uur per week. Hersens kraken en sparren met gelijkgestemden uit de medische wereld doen me meer dan goed.

‘Ik hoop dat je je blijft verwonderen.’ Zei een collega destijds tijdens mijn afscheid. Ik kan je zeggen, mijn werk draagt daaraan bij. Eenmaal de laptop dicht, blijf ik ontvankelijker voor mijn omgeving. Een prettige bijkomstigheid is dat we de boordkas ermee spekken. We geven meer geld uit dan de 28.000 euro die we op jaarbasis hadden begroot. De grootste kostenpost? Quelinda werkend houden! Ook boodschappen en uitjes slurpen gretig uit ons reispotje. Het mag. Deze reis geeft ons een nu of nooit gevoel.

 

De kuikentjes hebben nog steeds dorst. Ik vul het dopje voor de laatste keer. Laten we doorlopen denk ik bij mezelf. De zwavelgeur van het rottende, aangespoelde sargassowier, is afschuwelijk. Ik heb medelijden met de uitbater van het typisch Caribisch, houten strandtentje. Het strandje met overhangende palmen kan zo in de reisbrochure maar ligt er verlaten bij. Niemand drinkt in deze stank een rumpunch. Zou de eigenaar zich er druk om maken? Was mijn Frans maar beter, dan zou ik het vragen. Dealen met de situatie. Je niet druk maken om de dingen waar je geen invloed op hebt, helpen waar kan en focussen op positieve dingen. Leven in het hier en nu, dat leert deze reis me meer dan ooit. 

 

Hoogtepunten

 

Wat is nou het allermooiste, meest succesvolle of bijzondere van deze reis tot nu toe? Dat we überhaupt het lef hebben gehad om uit een sociaal wenselijk leven te stappen, onze baan op te zeggen en een huis te verkopen met als klap op de vuurpijl een memorabele borrel en vertrek uit de haven van Noordschans. Alleen dat al.

Of misschien de vele ontmoetingen met medezeilers? De enigen die weten hoe het is om een avontuur als dit aan te gaan. Contacten die we allebei nodig hebben. De eerste zeilers ontmoetten we in Cherbourg, zulke lieverds. Zij zijn alweer op de terugweg naar Nederland, zo gaat dat. Met elkaar genoten we van het Engelse Alderney, de plek waar we de mooiste kustwandeling ooit maakten. Ik herinner me ook de aankomst in Gijon, na de beruchte Biskaje oversteek, nog heel goed. Wat een overwinning was dat. Nu voelt een nachtje doorhalen best heel gewoon. Ook het gescharrel door de Spaanse Rias en de vele strandbarbecues waren fantastisch. En dat ik daar niet in vol ornaat hoefde te verschijnen was een verademing waar ik tevoren geen rekening mee hield. Vroeger ging ik de deur niet uit zonder make-up en hier loop ik bijna altijd zonder. Een smoezelig T-shirt en plakharen, hier kan het. Iedereen onderweg begrijpt dat. Echt waar, de door mij gekochte mini strijkplank van de IKEA die precies in de kast van de stuurkolom past, is de meest onzinnige aankoop die we aan boord hebben. Wat wist ik nou eigenlijk?

Een van de hoogtepunten was de aankomst in Mindelo. Het besef in een andere Afrikaanse wereld en een zeilersscene die zich voorbereidt om de oversteek. Natuurlijk kan de Atlantic crossing niet ontbreken. Alleen al omdat het me heel lang onmogelijk leek en de grootste uitdaging tot dusver. Het meest bijzonder was Switi Suriname. Ik gun het iedereen daar ooit op eigen kiel naartoe te varen. Het is een land wat het recht heeft gekend te worden.

Maar zo groots en meeslepend hoeft het allemaal niet te zijn. Gewoon de wind door je haren, een knoopje sneller, je anker zien liggen, een zelf gevangen makreeltje oppeuzelen, het geluid van brulapen, het contact met locals en vrienden uit Nederland die op bezoek komen. Ik stop ermee. Met elke keuze doe ik een andere belevenis te kort.

 

Diepe dalen

 

En dieptepunten zul je denken? Het woord alleen al. Uitspreken klinkt zwaar en dat is het soms ook geweest. Onmacht, angst, verdriet en boosheid zitten er allemaal in deze reis. Ik denk aan de zoektocht naar een nieuw leven aan boord en onverwachts verlies van twee vaders en een moeder binnen een jaar. Het is allemaal intens. Zo ook de Atlantische oversteek, wat voelde ik me kwetsbaar die twaalf dagen. Diepe dalen brengen ook iets goeds. We weten beter waar we ook onderweg gelukkig van worden. Verbinding houden met Nederland, met vrienden en familie hoort daarbij.

 

De kleine pluizenbolletjes hebben genoeg gedronken en scharrelen verder.

Paul had moeten nadenken over mijn vraag wat we nog meer nodig hebben op deze reis. Een reis waarvoor we nog elke dag dankbaar zijn, nog lang niet klaar is. Hij knijpt in mijn bovenbeen en staart voor zich uit. ‘Niks, dit is toch prachtig. En ik heb jou!’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

door Charlotte Dorren 27 maart 2025
Amerikanen die zijn zo overdreven, niet? ‘Hi, how are you doing?’ klinkt overal en altijd, maar het antwoord lijkt niemand echt te interesseren. Toch kan ik je zeggen, deze eerste indruk is bedrieglijk. De eerste echte kennismaking met Amerikanen komt niet in de vorm van een praatje bij de supermarkt of de wasserette dit keer, maar in een noodsituatie op het water. Na een stevige nachtelijke tocht van 180 mijl vanuit de Bahama’s naderen we West Palm Beach, Florida. De zeedeining en de stroming van de invaart zijn fors. We zijn blij dat we in de luwte van de rivier terechtkomen. Terwijl de stad ontwaakt, maak ik, moe en voldaan, voorop het anker klaar. De wind trekt aan mijn haren. En dan hoor ik Paul’s stem zelfs boven de harde wind uitgalmen. ‘Charlotte, het gaat niet goed!’ schreeuwt hij. ‘Jan is gevallen. Hij denkt dat hij iets gebroken heeft. Ze hebben hulp nodig.’ Snel ankeren we Quelinda . Paul laat de bijboot zakken en vaart naar buddyboat Yulunga om te helpen. Erika, Jan’s vrouw, heeft mankracht nodig bij het laten zakken van de stroeve ankerketting. Intussen blijf ik aan boord en roep de Amerikaanse kustwacht op. Ik leg de situatie uit, geef onze coördinaten door en wacht op hulp. Hoe snel zal er iemand zijn? Ik blijf standby op de marifoon en houd ons Amerikaanse telefoonnummer bij de hand. Nog geen tien minuten na het eerste contact is er een sheriff- en politieboot en niet veel later de ambulanceboot. De rust, efficiëntie en betrokkenheid van de hulpverleners zijn immens en even nodig.
door Charlotte Dorren 5 maart 2025
De Bahama's, een betoverende archipel ten noorden van Cuba en ten oosten van Florida, bestaat uit meer dan 700 eilanden en 2.400 Cays. Sinds 1973 is het onafhankelijk van Groot-Brittannië, maar politiek en historisch gezien, nog altijd nauw verbonden. Koning Charles is het staatshoofd. De sfeer op de kleinere eilanden is kleurrijk en gemoedelijk, een scherp contrast met drukke hoofdstad Nassau, waar miljoenenjachten en giga cruiseschepen het sfeerbeeld bepalen. Overdag een bruisend geënsceneerd toneel, maar zodra de schepen vertrekken, blijft een uitgestorven decor achter. Na inkopen in Nassau gaan we dan ook gauw op zoek naar het echte Bahama gevoel.
door Charlotte Dorren 24 januari 2025
De eindeloze zee strekt zich voor ons uit. De zeilen staan er strak bij en het laatste stukje Cuba verdwijnt achter de horizon, alsof het een afgesloten hoofdstuk is. Ik erger me zoals altijd aan de kriebelende haartjes in mijn gezicht en veeg ze weg. In tegenstelling tot het gevoel van Cuba, dat laat zich niet zo eenvoudig wegvegen. Zelfs voor Cubaanse begrippen was het concertkaartje van nog geen 10 dollarcent goedkoop. Toch was het 19e-eeuwse Tomas Terry-theater, in het centrum van Cienfuegos, amper voor een kwart gevuld. En dat terwijl er een populaire band speelde. Het had ook niets te maken met de schoonheid van het gebouw. De marmeren vloeren en zuilen, de plafondschildering en de rode, velours podiumgordijnen met gele kwasten, straalden grootsheid en allure uit. Zelfs de door de coulissen vliegende vleermuizen deden niets af aan de charme. Waarom de meeste stoelen dan wel leeg bleven? Dat probleem ligt veel dieper. Tamara, in haar vlammende fluorlegging en shirtje, begeleidt ons via een kronkelig zandpad naar het bootje om het meer met flamingo’s te bezoeken. Onderweg praat ze over haar leven. 'Mijn zeven katten krijgen eerst eten.' Tamara werkt zeven dagen per week, voor 24 dollar per maand. Net als iedereen krijgt ze een basisrantsoen: een paar kilo rijst, wat bonen, een flesje olie en wat koffie. Daarnaast betaalt ze wat voor elektriciteit en water. Het huis kreeg haar familie van Fidel Castro. Maar als er iets extra’s nodig is, zoals medicijnen, wordt het ingewikkeld. Het is er niet of het is heel duur. Een spijkerbroek kost 20 dollar en een telefoon een heel jaarsalaris. Toen haar kaak ontstoken was, moest ze de dokter cadeautjes geven om geholpen te worden. Een paar uur later bedanken we Tamara voor haar openheid en het schouwspel van de vele flamingo’s en gaan op weg naar de markt.
door Charlotte Dorren 25 december 2024
Cuba verkeert letterlijk en figuurlijk in zwaar weer. Orkaan Oscar raasde eind oktober over het land, en daarna zorgde een aardbeving voor opschudding. Ook het regime roept vragen op. Er wordt gezegd dat er niets is: geen voedsel, geen brandstof. Sterk verouderde energiecentrales zorgen ervoor dat mensen vaak zonder stroom zitten. Basale levensbehoeften die wij als vanzelfsprekend beschouwen, ontbreken. Wat doet dit met de mensen? En wie zijn wij om daar nu de toerist uit te hangen? Kunnen we beter wegblijven of moeten we juist gaan? Onze wens is om dit land met een open mind te bekijken en te begrijpen. Er zijn genoeg oordelen over Cuba, maar geef ons de kans om ons eigen beeld te vormen. Ter voorbereiding lezen we ons in, en dat helpt de situatie beter te begrijpen. In het kort wil ik die zoektocht graag met jullie delen.
door Charlotte Dorren 4 december 2024
De omstandigheden bepalen het tempo, en wij passen ons aan. Ineens, is daar dat gekoesterde weergaatje. Verre van ideaal, weermodellen worden het maar niet eens, maar het is een kans. Een kans om noordwaarts weg te zeilen uit een land waar we haast vastgeroest zijn. Wegkomen uit Panama is niet eenvoudig. Het ligt aan lagerwal. Hier heerst óf geen wind, óf tegenwind. En de zee verkeert nog altijd in de afterparty van het orkaanseizoen. Squalls De eerste 72 uur van onze vijf daagse tocht, bromt de motor. Een klein zeiltje helpt in te slingeren. De Japanse noedels smaken goed ondanks de katterigheid. Het is wennen aan de deining na zo lang niet op zee te zijn geweest en het is druk. Op onze koerslijn vele grote zeeschepen die net als wij de ultieme route proberen te vinden. En dan, op dag drie gaat de motor uit. Eindelijk is er wind. En hoe! Het is alsof we een test krijgen van de meester, de zee himself . Squall na squall , ministormen, doorstaan we.
door Charlotte Dorren 24 oktober 2024
“Oh nee,” verzucht Jorge, onze vertrouwde taxichauffeur. Hij had het al eerder opgemerkt, het subtiele trekken aan het stuur, maar nu is het onmiskenbaar. In stilte hoopte hij de jachthaven van Shelter Bay Marina te kunnen bereiken en het probleem daar op te lossen. Maar het schrijnende geluid van de velg die over het ruwe asfalt schraapt, gaat intussen door merg en been. Jorge mindert vaart, wacht tot hij een opening in de dichte begroeiing ziet, en stuurt de auto behoedzaam de smalle berm in. We stappen uit in de schemering van de vallende avond. Om de reserveband tevoorschijn te halen, moet eerst 46 kilo ruimbagage uit de achterbak worden getild. De stevige, harde koffer leggen we eerst neer en daarna stapelen we de zachte tassen er bovenop om te voorkomen dat ze in de modderige berm terechtkomen. Tijgermuggen De noodband die hij met trots tevoorschijn tovert, lijkt wel een formule 1 band zo glad. Er is geen enkel profiel meer zichtbaar. Omdat de velg kleiner is dan die van het voorwiel en daar dus niet past, wordt Jorge inventief. Het achterwiel gaat naar rechtsvoor waar het lek was en het te kleine thuiskomertje neemt de plek rechtsachter in. De zwoele warmte valt als een sluier over ons heen. Zweet parelt alsof we in de sauna staan. Binnen mum van tijd worden we belaagd door muggen die zich gretig tegoed doen aan ons bloed. Gauw graai ik naar muggenspray als zelfs Jorge onrustig wordt. Want rondvliegende tijgermuggen die dengue, knokkelkoorts, overbrengen is hier geen uitzondering. Daar wil je niet mee besmet raken. Bijna thuis Daar sta ik dan, mijn telefoon omhooghoudend om Jorge en Paul bij te lichten. De zoete geur van Panama hangt zwaar in de lucht, terwijl de vogeltjes een laatste concert fluiten voor de nacht hen tot stilte dwingt. Met een oude, roestige krik en enthousiasme klaren de mannen binnen twintig minuten de klus. Langzaam en voorzichtig zet Jorge de auto weer in beweging. De donkere weg strekt zich uit door de jungle. Terwijl we verder rijden realiseer ik me dat we bijna thuis zijn. Thuis in een compleet andere wereld dan de wereld waar we gisteren nog van wegvlogen. Dat wordt mooi! De zomer in Nederland heeft ons dit jaar zoveel goed gedaan. Dit keer geen verdriet, maar volop genieten van het warme weerzien met familie en vrienden. Elke omhelzing een thuiskomen, in elk gesprek weer dichter bij elkaar. De kroon op deze zomer was het moment dat we de sleutel in handen kregen van ons nieuwe huis, gekocht terwijl we nog aan de andere kant van de wereld zaten. Het voelde als een belofte van iets nieuws, iets vast, van steen. We hebben keihard gewerkt aan de verbouwing. Niet gemakkelijk, maar met elke geplaatste muur, elke schroef en verfstreek groeide ons gevoel van trots en dankbaarheid. Wat wordt dat een mooi thuis! Door de golven gedragen Eenmaal terug in Panama voelt het alsof we aan de terugreis naar Nederland zijn begonnen. Waar je normaal in één dag met de auto of het vliegtuig weer thuis bent, gaan we met weer, wind en seizoenen als onze gids, langs de Cayman-eilanden, Cuba, de Bahama’s en de oostkust van Amerika. De geur van zout water, het zilte op onze lippen en de eindeloze horizon als onze begeleiders. Het Vrijheidsbeeld in New York zal ons laatste piketpaaltje zijn voordat we in juli aan de grote oversteek van de Atlantische Oceaan beginnen. Terug naar Nederland, gedragen door de golven.
door Charlotte Dorren 10 mei 2024
‘Ben er klaar mee.’ Met die woorden komt Paul me tegemoet met de dinghy. Vanochtend hadden we een slechte start samen. Mot om onbenulligheden. Allebei behoefte aan eigen ruimte. Paul had me met veel plezier op de kade afgezet en ik was nog veel blijer met vaste grond onder mijn voeten. Weg van het geklauter aan boord en gezoem van ventilatoren. IJskoude kokoslimonade, al wandelend plaatjes schieten en boodschappen doen, daar had ik zin in! Dat maakt me altijd weer blij. Na een paar uurtjes had ik alles gedaan wat ik wilde en mijn frustratie achtergelaten. Bij Paul ging het anders. Smerig en bezweet pakt hij mijn volle tassen beet. ´We kunnen geen water meer maken. Die kutgenerator is weer stuk. ´ ´Wat!? Alweer? Hoe kan dat nou?’ Dit is de tweede, dure motor in nog geen twee jaar tijd. ‘Ja, zeg jij het maar. Naar zijn grootje, het lager is kapot. Ik weet het niet meer Charlotte. Ik ben er zo klaar mee. Misschien moeten we de boot maar gewoon verkopen en een ticket naar Nederland boeken.’ ‘Wat? Quelinda wegdoen?’ Dat zal toch niet. Zeker niet uit zijn mond. ´Klotehitte hier ook. Werkelijk alles gaat stuk. Weken onderhoud gedaan en weer lopen we achter de feiten aan op een plek waar niets te krijgen is. En dan heb ik het nog niet eens over wat dit geintje gaat kosten.’
door Charlotte Dorren 31 maart 2024
Dit mag gewoonweg niet aan onze neus voorbijgaan. Verstandelijk probeer ik heus te beredeneren dat als het niet lukt, er vast weer iets anders op ons pad komt. Maar wat dan? Het is een gedachte die me zolang als we op reis zijn, onzeker maakt en bezighoudt. Het staat in een oud straatje met leilindes voor de deur. Aan het park, in het centrum. Notabene vorig jaar, toen we in Nederland waren, hebben we nog briefjes bij de bewoners in de bus gedaan om ons enthousiasme kenbaar te maken. Al 20 jaar willen we daar wonen en zo graag oud worden. En nu staat er prompt een lieflijk geveltje te koop.  Dromen, durven en doen. De spreuk gaat opnieuw op. Net zoals toen we besloten op wereldreis te gaan. Huis en banen vaarwel durfden te zeggen. En nu is het dit wat ons in complete verwarring brengt en ons uit de comfortzone rukt. Hier, aan de andere kant van de oceaan, waarin alles onmogelijk lijkt.
door Charlotte Dorren 7 maart 2024
Na een indrukwekkende rondwandeling door Ustupu, het grootste dorp van de Guna Yala, vraagt Iniquilipi aan ons en de familie Topaas of we blijven eten. Iniquilipi, een van origine Guna man, woont in Panama-Stad en is hier samen met zijn vrouw en dochter op vakantie bij zijn moeder en zus. We ontmoetten hem aan de steiger en hij gaf ons een warm welkom. Vandaag heeft zijn moeder iets speciaals klaargemaakt. Het zou een eer zijn om dat met ons te delen. Guna´s zijn dol op het visgerecht. De jonge visjes van een soort zalmachtigen, hooguit een paar centimeter groot, groeien op in het rustige water van de nabijgelegen Surghandi rivier. Ze worden gezien als een geschenk van moeder natuur. Nog voordat ze groot genoeg zijn om naar zee te zwemmen, worden ze in netten gevangen en gerookt. Guna’s delen het gerecht met elkaar. Het is zo bijzonder dat het zelfs wordt opgestuurd naar familie in Panama. Vorig jaar was de vangst minimaal. De zee geeft niet meer zoveel maar neemt steeds meer wordt gezegd. Er is minder vis, verbleekt koraal en eilandjes die onbewoonbaar worden of wegspoelen. De Guna’s zien de klimaatverandering met lede ogen aan. Spruitjesgevoel Ik bekijk het diepe bord en voel aan de rand. Lauw, met troebel water en stukken gekookte bakbanaan. In het midden drijft iets in de vorm van een lekkerbek. We mogen beginnen. Als ik het stuk met mijn vingers voorzichtig uit elkaar trek, zie ik zwarte puntjes tussen wit vlees. Het zijn de oogjes van de honderden samengeperste visjes. Ik neem huiverig een hap en zie de Guna familie in mijn ooghoeken verwachtingsvol kijken. Het is taai, melig en rokerig. Ik lach en knik goedkeurend maar krijg het ‘spruitjesgevoel’. Daar zat ik dan. Voor straf, snikkend op de trap in de gang. Vijf koude spruiten, voor elk levensjaar één, weggeschoven naar de rand van mijn bordje. Maar ik vond een uitweg. Eén voor één drukte ik de stinkende kooltjes door het iets te grote gat in de trap waar de verwarmingspijp naar de kelder liep. Briljant! Voor ik het wist waren ze weg. Vrolijk was ik met mijn lege bord terug naar papa en mama gehold voor het toetje. Ik, die vrijwel alles lust, krijg het bord met vissoep haast niet weg en zou het liefst opnieuw een uitweg zoeken. Kan ik het wegmoffelen? Onmogelijk. Laten staan? Geen optie. Niemand van mijn tafelgenoten trapt erin dat ik maar een kleine eter ben wanneer ik zeg dat ik wil delen. Het limoensap dat ik eroverheen kan sprenkelen maakt het beter. De kinderen van Topaas en de Guna kleintjes, krijgen iets anders. Zij moeten tenslotte nog groeien en verdienen het allerbeste eten. De zwager van Iniquilipi toont ons trots een foto van het gisteren geschoten hert. Daar komt de kindersoep. Kraakbeen, vet en fijngemaakte stukjes vlees in water met aardappel en banaan. Ongezouten en zonder kruiden. Ik ben ineens blij met mijn stuk van visjes. Ondanks dat ik het niet lekker vind en er kinderlijk maar onopvallend onderuit probeer te komen om het op te eten, is het in vergelijking met vroeger allesbehalve een straf. Hier zomaar zitten, samen met Paul en lieve zeilvrienden en deelgenoot zijn van het leven van de Guna Yala indianen, dat is heel bijzonder. Ik voel warmte en dankbaarheid. Voordat we op reis gingen durfde ik momenten als deze alleen maar te dromen. Heb jij dat gedaan? ‘Gatverderrie. Charlotte kom eens hier!’ Ze zei geen Lotje. Dat beloofde niet veel goeds. Wekenlang had mama zich afgevraagd waar de nare geur in de kelder toch vandaan kwam. Totdat ze me riep en de beschimmelde spruitjes op een hoopje aantrof in het hoekje van de bovenste plank. ´Wat is dit voor viezigheid? Heb jij dat gedaan?’ ‘Mama, ik zei toch dat de spruitjes vies waren.’
door Charlotte Dorren 30 januari 2024
Heb jij dat ook weleens? Een heldere, haast kinderlijke ingeving? Zomaar iets eenvoudigs waar je nooit eerder bij stilgestaan hebt? Tot dat ene moment. Het kan een ding, een woord, een naam zijn… Het komt vast door de rust die ik ervaarde toen ik de kokosnoot open maakte. Geen gedoe meer met een hamer, theedoek en een hoop splinters zoals vroeger thuis. Maar gecontroleerd en geleerd hier in de Caribbean. De noot links in de hand langzaam ronddraaiend en met rechts en de achterkant van een groot mes over het midden tikkend totdat het open splijt.  Ik staar naar de twee bruine helften met spierwit vruchtvlees. Het lijkt precies op een Bounty reep! Ineens realiseer ik het me. Dáár heeft de fabrikant het idee natuurlijk van! Vroeger vond ik de reep al heerlijk. Dan knabbelde ik de chocolade van de buitenkant waarna mijn vingers natuurlijk vreselijk plakten. Mijn vader probeerde me tevergeefs te overtuigen dat het beter was voor de smaakbeleving hapjes in zijn geheel te nemen. ‘Een stukje paradijs op aarde’, zo luidde de slogan van de reep die vernoemd is naar de Bounty eilanden bij Nieuw-Zeeland. Zo ver zullen wij met Quelinda niet gaan. Maar waar we nu voor anker liggen? Dat is heus een Bounty- waardig, paradijselijk eiland! Paradijsje op aarde, of toch niet? Hier op Coco Banderas Cays ligt zand, zo zacht, net nep. Een plaatje uit de reisgids om bij weg te dromen. Ritselende palmbladeren en zeeschelpen met roze binnenkanten spoelen aan vanuit een azuurblauwe zee alsof het gewoon is. Dit eiland is één van de ruim 350 eilandjes van de Guna Yala, voorheen San Blas. Officieel hoort het bij Panama maar sinds de revolutie, nu 99 jaar geleden, voeren de Guna Yala indianen eigen regie. Mangroven, palmboomeilanden en drukbevolkte dorpjes midden in zee wisselen elkaar af. In totaal wonen er zo’n 55.000 mensen. Het oogt als een paradijsje op aarde. Of toch niet? Nou, soms wel en dan weer allesbehalve. De Guna Yala is tot dusver het mooiste maar niet het gemakkelijkste vaargebied. Het gebied ligt in de Caribische zee aan lagerwal. De oceaan stuwt ons voortdurend gewillig richting kust en de wind blaast meestal uit verkeerde hoek. Wat zeilen, zonder opkruisen en tegen golven in stampen, haast onmogelijk maakt. De motor gaat dan ook regelmatig aan en ondanks onze ruime hoeveelheid diesel zijn we blij dat we onderweg nog wat konden scoren. De ruim twee dagen van Colombia naar hier zonder goede wind hadden aardig ingehakt in de dieselvoorraad. Hier, tussen de uitgeholde, varende boomstammen door, voelt de ronkende motor vreemd. Het geluid en de geur zijn een inbreuk op de pure omgeving. Tegelijk is het een betrouwbare partner die ons, tussen riffen en brekende golven, veilig naar de volgende ankerplek loodst. Het gebied is imponerend, rauw en puur in alle opzichten.
Meer posts
Share by: